ECLI:NL:RVS:2025:4960
Raad van State · 15-10-2025 · zaaknummer 202406478/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 april 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten, [appellant] en zijn gezin, hebben de Afghaanse nationaliteit. Op 18 juli 2022 heeft [appellant] verzocht om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij tussen 1 oktober 2009 en 31 oktober 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. Het gezin verblijft in Afghanistan. Tijdens het hoger beroep is gebleken dat [appellant] in Nederland verblijft. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). Onder die speciale voorziening vallen twee groepen vreemdelingen.
Rechters
Advocaten
- A.J.M. Mohrmann
- A.R. Faquiri
- M.M. van Asperen
- R. Geraedts
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
