ECLI:NL:RVS:2025:4647
Raad van State · 01-10-2025 · zaaknummer 202406748/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen het voorschot huurtoeslag voor [appellant] over het jaar 2023 opnieuw berekend en vastgesteld op € 3.813. [appellant] is op [datum] 2008 getrouwd met [persoon]. Met ingang van 27 november 2023 wonen zij op hetzelfde adres. [persoon] is daarom met ingang van 1 december 2023 aangemerkt als de toeslagpartner van [appellant]. De Dienst Toeslagen heeft zich in het besluit van 23 april 2024 op het standpunt gesteld dat [persoon] in december 2023 en het jaar 2024 geen rechtmatig verblijf in Nederland had, zodat [appellant] over die periode op grond van artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) geen recht op zorg- en huurtoeslag heeft. In geschil is of [appellant] na de toezegging van de IND in december 2023 en het jaar 2024 recht had op zorg- en huurtoeslag.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
