ECLI:NL:RVS:2025:4533
Raad van State · 24-09-2025 · zaaknummer 202305493/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 november 2013 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken. Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris het door [appellant sub 2] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. [appellant sub 2] is geboren op [geboortedatum] 1949 in Rwanda. In 1997 is hij Nederland ingereisd. Op 7 oktober 1997 heeft de minister [appellant sub 2] toegelaten als vluchteling en hem een verblijfsvergunning verleend. Bij Koninklijk Besluit van 25 februari 2003 heeft [appellant sub 2] het Nederlanderschap verkregen. De minister heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 2] bij besluit van 18 november 2013 ingetrokken op grond van artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat [appellant sub 2] in de toelatings- en naturalisatieprocedure heeft gezwegen over zijn rol bij de genocide in Rwanda in 1994. Volgens de minister wist [appellant sub 2] of kon hij in ieder geval redelijkerwijs vermoeden dat die informatie relevant was voor de beoordeling van zijn verzoek om verlening van het Nederlanderschap.
Advocaten
- E.C. Pietermaat
- H.C. de Man
- M.F. Wijngaarden
- M.M. Favier
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
