ECLI:NL:RVS:2025:444
Raad van State · 05-02-2025 · zaaknummer 202203064/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 november 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om een nationaal paspoort buiten behandeling gesteld. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1968 in Turkije en heeft de Turkse nationaliteit. Op [datum] is hij getrouwd met een Nederlandse vrouw, waardoor [appellant] het Nederlanderschap bij Koninklijk Besluit van 24 januari 1996 heeft verkregen. [appellant] had vanaf dat moment zowel de Turkse als de Nederlandse nationaliteit. Op 26 januari 2006 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan [appellant] verstrekt. Dit paspoort was geldig tot 26 januari 2011. Op 19 augustus 2009 heeft [appellant] zich gevestigd in Turkije. Sindsdien heeft [appellant] onafgebroken hoofdverblijf in Turkije gehad. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat artikel 9 van de Paspoortwet vereist dat de aanvrager de Nederlandse nationaliteit heeft. Volgens de minister heeft [appellant] op 19 augustus 2019 op grond van het destijds geldende artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap van rechtswege het Nederlanderschap verloren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
