ECLI:NL:RVS:2025:4305
Raad van State · 10-09-2025 · zaaknummer 202405354/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verstrekte toevoeging beëindigd. Aan [appellant] is op 1 april 2021 een toevoeging verstrekt voor het voeren van een strafrechtelijke hogerberoepsprocedure. Nadat de destijds betrokken rechtsbijstandverlener was gestopt als advocaat, heeft de raad een nieuwe toevoeging verstrekt op naam van [persoon]. Op 5 september 2022 heeft [persoon] bij de raad een verzoek ingediend om de toevoeging te beëindigen in verband met een vertrouwensbreuk. De raad heeft dat verzoek op grond van artikel 33, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand toegewezen. In bezwaar heeft [appellant] aangevoerd dat de raad het verzoek ten onrechte heeft toegewezen onder verwijzing naar de gestelde vertrouwensbreuk. Die motivering is onvolledig en onjuist en had moeten luidden dat [persoon] onvoldoende presteerde. Bovendien is het beëindigen van een toevoeging in strijd met Richtlijn 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad. De raad heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat hij het verzoek om beëindiging van de toevoeging terecht heeft toegewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
