ECLI:NL:RVS:2025:420
Raad van State · 05-02-2025 · zaaknummer 202401347/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij ten tijde van de besluitvorming geen urgent huisvestingsprobleem had. [appellant] betoogt verder dat nu sprake is van een urgent huisvestingsprobleem, de rechtbank ten onrechte niet heeft beoordeeld of het college zich op het standpunt mocht stellen dat hij evenmin in aanmerking komt voor een urgentieverklaring op basis van medische en sociale gronden. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college paragraaf 11, aanhef en onder b, van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 te strikt heeft toegepast. Het college heeft ten onrechte niet bij de besluitvorming betrokken dat hij vaker opgenomen is geweest, verschillende behandelingen heeft ondergaan en nog steeds medicijnen gebruikt. Het had daarom op de weg van het college gelegen om de GGD nader onderzoek te laten doen naar zijn medische situatie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
