Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2025:4130

Raad van State · 27-08-2025 · zaaknummer 202302288/1/V1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 27-08-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Deze uitspraak gaat over de vraag of de zogeheten discretionaire bevoegdheid van artikel 14, eerste lid, van de Vw 2000 met een wijziging van het Vb 2000 uit 2019 is ingeperkt. Op grond van die bepaling is de minister bevoegd om ambtshalve en op aanvraag gebruik te maken van haar discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning te verlenen onder een andere beperking dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Vb 2000. Die bevoegdheid was verder uitgewerkt in artikel 3.4, derde lid, van het Vb 2000 (oud). Appellant heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘humanitair niet-tijdelijk’ ingediend. Hij wenst een verblijfsvergunning regulier wegens zijn gestelde schrijnende omstandigheden, dan wel op grond van artikel 8 van het EVRM. Hij heeft bij zijn aanvraag een beroep gedaan op vrijstelling van de leges op grond van artikel 3.34a, aanhef en onder k, van het VV 2000. Uit die bepaling volgt dat de minister vrijstelling van leges verleent, indien een vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat appellant de leges niet heeft betaald en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de leges niet kan betalen.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.