ECLI:NL:RVS:2025:3985
Raad van State · 20-08-2025 · zaaknummer 202304180/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 december 2020 heeft de minister aan [appellante] een boete opgelegd van € 14.400,00. Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft asbestsaneringswerkzaamheden uitgevoerd bij een voormalige concertzaal. Het asbest bevond zich in een bekisting achter de buitenmuur. In eerste instantie was het volgens het werkplan de bedoeling om het asbest handmatig te verwijderen, maar na goedkeuring door een Hoger Veiligheidskundige van RIR Nederland is de werkmethode aangepast en is de asbest machinaal verwijderd. De kraanmachinist heeft steeds een stuk van het dak en het daarbij behorende deel van de muren gesloopt. Tijdens deze werkzaamheden is het pand ingestort, waardoor zich een stofwolk met asbest buiten het werkgebied heeft verspreid. Op dat moment was ook een arbeidsinspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie ter plaatse in het kader van een inspectie. De arbeidsinspecteur heeft zijn bevindingen opgenomen in een boeterapport. Uit dit rapport volgt onder andere dat er tijdens de sloop- en verwijderingswerkzaamheden geen of onvoldoende preventieve- en bronmaatregelen werden toegepast om verspreiding van vezels dan wel een secundaire besmetting te voorkomen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
