ECLI:NL:RVS:2025:3980
Raad van State · 20-08-2025 · zaaknummer 202303679/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 juli 2019 heeft de Dienst Toeslagen de zorg- en huurtoeslag voor [appellant] over het jaar 2017 definitief vastgesteld op nihil. [appellant] heeft voor het jaar 2017 voorschotten zorg- en huurtoeslag ontvangen. Op 5 juni 2019 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen uit de Basisregistratie inkomen dat het inkomensgegeven van [appellant] over het jaar 2017 € 35.062,00 is en van zijn partner € 1.083,00. Dit heeft geleid tot het besluit van 19 juli 2019. In dat besluit, gehandhaafd bij het besluit van 7 oktober 2019, heeft de Dienst Toeslagen de zorg- en huurtoeslag voor [appellant] over het jaar 2017 definitief berekend en vastgesteld op nihil, omdat het gezamenlijk toetsingsinkomen van [appellant] en zijn toeslagpartner hoger uitviel dan het maximale inkomen dat voor dat jaar aanspraak gaf op zorg- en huurtoeslag. Als gevolg hiervan moet [appellant] een bedrag van € 2.128,00 aan zorgtoeslag en € 3.834,00 aan huurtoeslag terugbetalen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
