ECLI:NL:RVS:2025:3978
Raad van State · 20-08-2025 · zaaknummer 202500276/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij afzonderlijke besluiten van 7 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen het kindgebonden budget voor [appellante] over 2017, 2018 en 2019 definitief vastgesteld op respectievelijk € 551,00, nihil en nihil. Daarnaast heeft de Dienst Toeslagen respectievelijk € 1.094,00, € 1.543,00 en € 860,00 aan te veel uitbetaalde kindgebonden budget van [appellante] teruggevorderd. [appellante] is tot [datum] 2017 gehuwd geweest met [persoon] (hierna: ex-partner). Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren. [appellante] en de twee kinderen wonen vanaf 7 februari 2017 samen met [gemachtigde]. De Dienst Toeslagen heeft [gemachtigde] per 7 februari 2017 aangemerkt als toeslagpartner van [appellante]. De besluiten van 7 oktober 2022, het besluit van 21 oktober 2022, het besluit van 9 juni 2023 en het besluit van 7 augustus 2023 zijn daarom, anders dan de daaraan voorafgaande voorschotbeschikkingen, gebaseerd op het gezamenlijke inkomen van [appellante] en [gemachtigde]. Volgens [appellante] had de Dienst Toeslagen [gemachtigde] niet mogen aanmerken als haar toeslagpartner.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
