ECLI:NL:RVS:2025:3563
Raad van State · 30-07-2025 · zaaknummer 202300379/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 november 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1998 in de Verenigde Staten. Zij heeft bij haar geboorte via haar vader de Nederlandse en Canadese nationaliteit en via haar moeder de Amerikaanse nationaliteit verkregen. Haar vader heeft op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) van rechtswege op 1 april 2013 het Nederlanderschap verloren. Als gevolg hiervan heeft [appellante] als minderjarige volgens de minister ook het Nederlanderschap verloren op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN. [appellante] heeft op 20 december 2019 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Washington D.C. [appellante] betoogt dat de rechtbank de wettekst van artikel 16, tweede lid, aanhef en onder e, van de RWN verkeerd heeft uitgelegd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
