ECLI:NL:RVS:2025:3420
Raad van State · 23-07-2025 · zaaknummer 202406248/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Soedan. Zij is sinds 15 juni 2007 in het bezit van een verblijfsvergunning regulier op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris heeft het verzoek op grond van artikel 7 van de Rijkswet op het Nederlanderschap in samenhang gelezen met paragraaf 3.5.1 van het beleid voor die bepaling in de Handleiding RWN, afgewezen. Volgens de staatssecretaris bestaat er twijfel over de identiteit, nationaliteit en herkomst van [appellante]. Die twijfel is gebaseerd op een taalanalyse van Team Land en Taal, (nu: Team Onderzoek Land en Taal) van 13 juli 2005. In die taalanalyse is onder meer geconcludeerd dat [appellante] een vloeiende variant van Arabisch spreekt die niet eenduidig te herleiden valt tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Soedan, maar mogelijk tot Eritrea.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
