ECLI:NL:RVS:2025:3403
Raad van State · 23-07-2025 · zaaknummer 202407052/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2022 definitief op € 0,00 vastgesteld en het betaalde voorschot van € 3.314,00 teruggevorderd. [appellant] heeft in 2022 € 3.310,00 aan voorschotten huurtoeslag ontvangen. Voor de definitieve berekening van de huurtoeslag is de Dienst Toeslagen uitgegaan van het in de Basisregistratie Inkomen voor 2022 opgenomen vermogen van [appellant]. Op grond daarvan heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat [appellant] op 1 januari 2022 een eigen vermogen had van € 35.691,00. In 2022 was de vermogensgrens voor een alleenstaande € 31.747,00 om aanspraak te kunnen maken op huurtoeslag. Bij besluit van 14 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen daarom het gehele bedrag aan voorschotten, inclusief rente, teruggevorderd. In het besluit van 14 september 2023 en het verweer in beroep heeft de Dienst Toeslagen toegelicht waarom hij zich op het standpunt heeft gesteld dat er bij [appellant] geen sprake is van bijzondere omstandigheden om af te zien van de terugvordering of om die te matigen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
