ECLI:NL:RVS:2025:3390
Raad van State · 23-07-2025 · zaaknummer 202205294/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 maart 2021 heeft de raad van bestuur van de kansspelautoriteit aan [appellante] een definitieve aanslag kansspelheffing voor het jaar 2020 opgelegd. [appellante] is onderdeel van het concern JHV gaming B.V. en exploiteert speelautomaten binnen het concern. Zij is eigenaar van de speelautomaten en geeft deze in gebruik aan exploitanten van gokhallen die dochterondernemingen zijn van het concern. De raad heeft de aanslag kansspelheffing 2020 voor [appellante] vastgesteld op € 664.244. De heffing is een bestemmingsheffing als bedoeld in artikel 33e van de Wet op de kansspelen. Bij de berekening van de heffing is de raad op grond van artikel 33e, tweede lid, aanhef en onder b, uitgegaan van het aantal spelersplaatsen van speelautomaten, gedurende het kalenderjaar. Daarbij gaat het volgens de raad, gelet op artikel 3 van de Uitvoeringsregeling kansspelheffing (hierna: Uitvoeringsregeling), om een forfaitaire vaststelling op basis van het aantal speelautomaten dat in eigendom is van de exploitant.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
