ECLI:NL:RVS:2025:3247
Raad van State · 16-07-2025 · zaaknummer 202403466/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging van [appellant A] namens [appellant B] afgewezen. [appellant B] en haar partner hadden een geschil met het college van burgemeesters en wethouders van Amsterdam, waarbij hen samen een bestuurlijke boete was opgelegd. Het daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat was ingediend. [appellant A] heeft hen bijgestaan in de hoger beroepsprocedure, waarvoor hij twee toevoegingen heeft aangevraagd bij de raad. De raad heeft de toevoeging voor de partner ingewilligd en de aanvraag om een toevoeging voor [appellant B] afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn van mening dat deze afwijzing onterecht is en dat de raad ook aan [appellant B] een toevoeging had moeten verlenen. De raad heeft op grond van artikel 28, aanhef en onder b, en artikel 32 van de Wet op de rechtsbijstand, de aanvraag voor een toevoeging voor [appellant B] afgewezen. Volgens de raad heeft [appellant B] hetzelfde rechtsbelang als haar partner en vallen de werkzaamheden van [appellant A] onder het bereik van de toevoeging die is verleend aan de partner van [appellant B].
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
