ECLI:NL:RVS:2025:2999
Raad van State · 02-07-2025 · zaaknummer 202404246/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00. [appellant] is een kind van een gedupeerde ouder. Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan hem een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00 omdat hij op 1 juli 2023 tenminste achttien jaar was. Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Belastingdienst/Toeslagen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat er geen ruimte is om bij de kindregeling af te wijken van de forfaitaire bedragen zoals die zijn opgenomen in artikel 2.12 van de Wht. De bedragen zijn bedoeld als erkenning en als een steun in de rug, en niet als regeling voor compensatie van schade of schulden. De hoogte van de tegemoetkoming staat verder los van de duur van het leed en de omvang van de financiële benadeling van de gedupeerde ouders. Er bestaat geen aanleiding om de hardheidsclausule die in artikel 9.1, eerste lid, van de Wht is opgenomen toe te passen.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
