ECLI:NL:RVS:2025:2988
Raad van State · 02-07-2025 · zaaknummer 202302486/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en documenten openbaar gemaakt. Bij e-mailbericht van 2 december 2020 heeft [appellant] verzocht om openbaarmaking op grond van de Wob van informatie over de door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgestelde publicatie ‘Staat van Schiphol 2019’ en de totstandkoming ervan. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister, bij de weigering met toepassing van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob om reacties van bij de Staat van Schiphol betrokken partijen in documenten 29, 31, 32, 33 en 53a openbaar te maken, het belang van een goede samenwerking van deze partijen en de daarmee samenhangende informatievoorziening en eventuele besluitvorming redelijkerwijs zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het algemeen belang van openbaarmaking. Hierbij voert [appellant] aan dat de rechtbank heeft miskend dat van afgesproken vertrouwelijkheid tussen de ILT en de betrokken partijen niet is gebleken, dat een goede samenwerking vanzelfsprekend zou moeten zijn, dat niet duidelijk is waarom door openbaarmaking de besluitvorming wordt gehinderd en dat reacties van belanghebbenden op concept-rapporten bij andere bestuursorganen standaard openbaar worden gemaakt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
