ECLI:NL:RVS:2025:2843
Raad van State · 25-06-2025 · zaaknummer 202400078/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 september 2022 heeft de minister geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een openstaande hoofdsom van in totaal € 5.052,48 van twee bij Wehkamp Finance B.V. afgesloten doorlopende kredieten. De minister heeft dit bij het besluit van 9 september 2022, zoals gehandhaafd bij het besluit van 22 februari 2023, geweigerd, omdat de hoofdsom niet voor 1 juni 2021 opeisbaar is. [appellante] betoogt dat de rechtbank het besluit van 22 februari 2023 ten onrechte heeft getoetst aan de Wht in plaats van het Besluit. Doordat artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft zijn er minder mogelijkheden om rechtsbescherming te vinden. Zo kan de regeling van de overname van private schulden niet meer aan artikel 3:4, tweede lid, en artikel 4:84 van de Awb worden getoetst. In de memorie van toelichting bij de Wht is bovendien niet gemotiveerd waarom artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft tot en met 29 oktober 2021.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
