ECLI:NL:RVS:2025:2837
Raad van State · 25-06-2025 · zaaknummer 202403721/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 december 2013 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland een verzoek van [verzoekster] om handhavend op te treden tegen [belanghebbende], wegens het dempen van een watergang, afgewezen. Het college heeft in een besluit van 8 april 2008 aan [belanghebbende] ontheffing verleend van de verbodsbepaling van de Keur voor waterkeringen en wateren van Waterschap Rivierenlanden voor het dempen van B-watergang 03630. Aan de ontheffing is de verplichting verbonden dat het verlies aan waterberging als gevolg van de demping wordt gecompenseerd door verbreding van de B-watergangen 036314 en 036299. [verzoekster] heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen de demping van de watergang. Dat handhavingsverzoek heeft het college afgewezen. De afwijzing van het handhavingsverzoek is uiteindelijk in de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in stand gebleven en is daarmee onherroepelijk geworden. [verzoekster] heeft in het vervolg van de uitspraak van 5 oktober 2016 de Afdeling herhaaldelijk verzocht die uitspraak te herzien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
