ECLI:NL:RVS:2025:2699
Raad van State · 10-06-2025 · zaaknummer 202304784/1/A2
Inhoudsindicatie
[appellante] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen het besluit van 18 februari 2022. Wat er ook zij van het oordeel van de rechtbank over het procesbelang van [appellante] en de ontvankelijkheid van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het besluit van 18 februari 2022, de Dienst Toeslagen heeft hangende het hoger beroep bij de Afdeling het besluit van 22 oktober 2024 genomen waarin onder meer is beslist op dit bezwaar. Daarmee is een reëel besluit genomen en is het doel van het hoger beroep van [appellante] bereikt. [appellante] heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. De Afdeling ziet aanleiding om de Dienst Toeslagen te veroordelen tot de vergoeding van de proceskosten van [appellante] in hoger beroep. Voor zover [appellante] stelt dat de rechtbank abusievelijk tweemaal griffierecht heeft geheven, is dat niet gebleken. Zij kan zich daarvoor tot de rechtbank wenden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
