ECLI:NL:RVS:2025:2641
Raad van State · 11-06-2025 · zaaknummer 202404680/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woonde ten tijde van de besluitvorming bij een broer en zijn gezin in een driekamerwoning. Hij heeft een urgentieaanvraag gedaan omdat de huidige woonsituatie gelet op zijn psychische gesteldheid volgens hem onhoudbaar is. [appellant] betoogt in hoger beroep dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Hij is bekend met een agressie- en persoonlijkheidsstoornis en stemmingswisselingen. De huidige woonsituatie zorgt voor veel prikkels waar hij niet goed mee kan omgaan. Daarnaast heeft hij in het verleden in detentie gezeten. Dit maakt dat hij niet met verschillende mensen in één huis kan wonen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
