ECLI:NL:RVS:2025:2629
Raad van State · 11-06-2025 · zaaknummer 202405641/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] beschikt over een tweekamerappartement op de tweede etage zonder lift in Amsterdam. Rond 1 november 2021 is de moeder van [appellante] vanuit Marokko bij haar en haar dochter ingetrokken. Uit de e-mail van de verpleegkundige van 22 juli 2022 volgt dat de moeder van [appellante] volledig bedlegerig is, niet zelfstandig kan lopen of staan en 24-uurs zorg nodig heeft. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor een woning op de begane grond met drie slaapkamers, zodat zij met haar moeder in de rolstoel naar buiten kan en zij niet langer met haar moeder in de woonkamer hoeft te slapen. Het geschil gaat over de toepassing van de hardheidsclausule. Het college heeft de aanvraag afgewezen op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.6.5, eerste lid en onder i, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
