ECLI:NL:RVS:2025:2548
Raad van State · 04-06-2025 · zaaknummer 202402530/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] huurt een kamer in een pand in Eindhoven. De kamer bevindt zich boven een café en de gemeenschappelijke voorzieningen deelt [appellant] met vijf huisgenoten. Volgens [appellant] is het pand luidruchtig en onhygiënisch, gebruiken zijn huisgenoten verdovende middelen en staat regelmatig de politie aan de deur. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat hij in zijn huidige woning zijn kinderen niet kan ontvangen en hij door zijn mentale probleem gebaat is bij een veilige en rustige leefomgeving. Naar aanleiding van de bij de aanvraag bijgevoegde stukken heeft het college bij Argonaut medisch advies opgevraagd. In de adviesrapportage van 28 juni 2023 heeft een arts van Argonaut vermeld dat geen sprake is van een medisch onhoudbare situatie waardoor verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is. Daarom is geen sprake van medische urgentie in de zin van artikel 5, derde lid en onder a, van de Huisvestingsverordening Eindhoven 2020.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
