ECLI:NL:RVS:2025:2454
Raad van State · 28-05-2025 · zaaknummer 202202635/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe geweigerd handhavend op te treden tegen door [appellant] gestelde overtredingen op het perceel [locatie 1] te Epe (hierna: het perceel). [partij] woont op het perceel en [appellant] woont op het daaraan grenzende perceel [locatie 2] te Epe. [appellant] heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe verzocht handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel. In hoger beroep is uitsluitend nog een door [partij] gebouwde carport onderdeel van het geschil tussen partijen. Volgens [appellant] is deze carport zonder omgevingsvergunning gerealiseerd op zijn perceel. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden tegen de carport omdat bij besluit van 13 maart 2008 een bouwvergunning zou zijn verleend voor de carport. [appellant] voert daartoe aan dat uit het besluit van 13 maart 2008 volgt dat een aanvraag is ingediend voor het gedeeltelijk vergroten van een carport.
Rechters
Advocaten
- E.H.M. Teeuw
- N.M. Buddingh-Ubink
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
