ECLI:NL:RVS:2025:2447
Raad van State · 28-05-2025 · zaaknummer 202300939/1/A3
Inhoudsindicatie
Op 10 februari 2014 en 13 mei 2014 is [appellante] overeenkomsten aangegaan met het college om haar auto te mogen parkeren in parkeerterrein Benthuizerstraat, dat in eigendom is van de gemeente Rotterdam. Bij brief van 19 mei 2022 heeft het college het stallingsabonnement van 13 mei 2014 opgezegd omdat de gemeente zich op het standpunt heeft gesteld dat [appellante] niet binnen de doelgroep van het stallingsabonnement valt. Bij brieven van 28 en 29 juni 2022 heeft het college de overeenkomst tot ingebruikgeving van 10 februari 2014 geëindigd vanwege ‘parkeertechnische redenen’. Tegen die brieven heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Het college heeft de bezwaren van [appellante] tegen de brieven niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brieven volgens het college geen besluiten zijn, maar privaatrechtelijke rechtshandelingen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
