ECLI:NL:RVS:2025:2188
Raad van State · 14-05-2025 · zaaknummer 202403505/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont in een huurwoning in Maastricht. Na de echtscheiding is zijn ex-partner met de drie minderjarige kinderen in 2018 naar Wageningen verhuisd. Vanwege zijn beperkte financiële draagkracht is [appellant] niet in staat om uitvoering te geven aan de omgangsregeling en de kinderen om het weekend op te halen en weer terug te brengen. Voor de kinderen is de reistijd van ongeveer 3 uur erg belastend. [appellant] heeft in 2022 een urgentieverklaring in Veenendaal aangevraagd om dichter bij zijn kinderen te wonen en hen zodoende vaker te kunnen zien. Dit zal naar hij stelt ook bijdragen aan de vermindering van zijn psychische klachten. Het college heeft deze aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet voldoet aan de algemene criteria van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder b, d, e en f, van de Huisvestingsverordening Veenendaal 2020 voor het verlenen van een urgentieverklaring.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
