ECLI:NL:RVS:2025:2179
Raad van State · 14-05-2025 · zaaknummer 202402001/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2021 definitief vastgesteld op € 1.931,00. In deze zaak gaat het om de juistheid van het toetsingsinkomen dat de Dienst Toeslagen in aanmerking heeft genomen bij de berekening van de huurtoeslag over 2021 en van het voorschot huurtoeslag voor 2022. De Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] vanaf 1 december 2021 een medebewoner, [persoon], heeft en heeft het inkomen van die medebewoner daarom bij de berekening van het gezamenlijk toetsingsinkomen betrokken. De rechtbank heeft overwogen dat de Dienst Toeslagen dat terecht heeft gedaan en ook terecht is uitgegaan van het door [appellant] zelf opgegeven geschat inkomen voor 2022. [appellant] betoogt dat de Dienst Toeslagen de inkomsten van [persoon] ten onrechte betrokken heeft bij de berekening van de toeslag. [appellant] voert aan dat [persoon] Spaanse is, haar eigen vaste lasten heeft en hem op vrijwillige basis mantelzorg verleent. Daarnaast betoogt [appellant] dat de Dienst Toeslagen ten onrechte is uitgegaan van het door hem per abuis verkeerd opgegeven geschat inkomen van ruim een miljoen euro.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
