ECLI:NL:RVS:2025:196
Raad van State · 22-01-2025 · zaaknummer 202300679/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren besloten over te gaan tot invordering van een door [appellant] verbeurde dwangsom van € 30.000,00. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in ’s-Graveland. [appellant] heeft in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo een extra woning op het perceel gebouwd. Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 30.000,00 gelast om deze overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door de woning voor 1 september 2020 te verwijderen en verwijderd te houden. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] deze dwangsom op 1 september 2020 heeft verbeurd. [appellant] betoogt dat de rechtbank het in te vorderen bedrag ten onrechte niet tot € 0, dan wel tot een bedrag lager dan € 10.000 heeft gematigd. [appellant] voert in de eerste plaats aan dat hij erop mocht vertrouwen dat het college niet tot invordering van een geldbedrag zou beslissen, omdat hij heeft gehandeld overeenkomstig het plan van aanpak dat door het college is goedgekeurd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
