ECLI:NL:RVS:2025:1823
Raad van State · 23-04-2025 · zaaknummer 202401403/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsom van € 2.500,00. Bij besluit van 26 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bij [appellant] een dwangsom van € 2.500,00 ingevorderd, omdat op 19 juli 2021 is geconstateerd dat het achtererf van zijn pand aan de Kaapstraat 129 in Den Haag nog steeds, in strijd met het bestemmingsplan, werd gebruikt als opslag voor goederen voor de supermarkt in het naastgelegen pand. Niet in geschil is dat de dwangsom van rechtswege is verbeurd. De last onder dwangsom is niet aangevochten en is dus onherroepelijk. [appellant] betoogt in hoger beroep dat hij ten onrechte is aangemerkt als overtreder, omdat niet hij maar zijn huurder de overtreding feitelijk en fysiek heeft gepleegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
