ECLI:NL:RVS:2025:1595
Raad van State · 09-04-2025 · zaaknummer 202403950/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht besloten over te gaan tot invordering van een volgens het college door [appellant] verbeurde dwangsom van € 5.000,00. Bij besluit van 19 januari 2022 heeft het college [appellant] als eigenaar van de woning aan [locatie in Utrecht, onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens, gelast om een overtreding van de artikelen 1a en 1b van de Woningwet te beëindigen door vóór 1 mei 2022 de geconstateerde gebreken aan de kozijnen in de achterzijde van de woning te herstellen. Dit besluit is onherroepelijk geworden, omdat daartegen geen rechtsmiddel is ingesteld. Op 2 mei 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat [appellant] geen uitvoering heeft gegeven aan de last. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet betwist heeft dat de kozijnen niet in orde waren. [appellant] voert aan dat hij heeft gesteld dat de staat van de achtergevel correct was en hij nooit klachten van huurders of buren heeft ontvangen over de staat van de kozijnen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
