ECLI:NL:RVS:2025:1553
Raad van State · 09-04-2025 · zaaknummer 202406199/2/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [verzoeker sub 1] om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie 1] in Zaandam, afgewezen. [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] wonen aan de [locatie 1] (hierna: het perceel) in Zaandam. [verzoeker sub 1] woont in de woning ernaast, [locatie 2]. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op het perceel. Een toezichthouder van de gemeente Zaanstad heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek een controle uitgevoerd en geconstateerd dat de dakopbouw 3 cm in afwijking van de verleende vergunning is gebouwd. Het college heeft zich in de besluiten van 23 december 2022 en 4 mei 2023 op het standpunt gesteld dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. De rechtbank heeft geoordeeld dat handhavend optreden niet onevenredig is. Het college heeft om gevolg te geven aan de uitspraak van de rechtbank alsnog een last onder dwangsom opgelegd.
Rechters
Advocaten
- M.M. Jobst
- S. Slot
- Y. Kliphuis
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
