ECLI:NL:RVS:2025:1109
Raad van State · 26-03-2025 · zaaknummer 202403478/1/V3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Somalische nationaliteit. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen, omdat Cyprus daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte EU-lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Dit is de eerste pilotuitspraak sinds de uitspraak van 9 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:244, waarin de Afdeling oordeelt over de situatie in Cyprus voor Dublinclaimanten. In die uitspraak oordeelde de Afdeling dat de minister voor Cyprus van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht uitgaan.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
