ECLI:NL:RVS:2025:1037
Raad van State · 12-03-2025 · zaaknummer 202400199/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghouder] een vergunning verleend om de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Amsterdam om te zetten in vier onzelfstandige woonruimten. [appellanten] voeren in hoger beroep aan dat de rechtbank heeft miskend dat door verlening van de vergunning het pandquotum wordt overschreden. Het pandquotum moet worden gerelateerd aan de feitelijke indeling van een pand en niet aan het aantal woningen in het pand. [appellanten] komen met hun berekening tot de conclusie dat omzetting van de [locatie] binnen het pand een verkamering oplevert van 40% van het aantal woonlagen, en van 38% van de totale woonoppervlakte. Hiermee wordt, anders dan de rechtbank heeft overwogen, het pandquotum van maximaal 25% overschreden. Verder betogen [appellanten] dat de rechtbank ten onrechte artikel 3.3.11, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 heeft toegepast.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
