ECLI:NL:RVS:2025:1015
Raad van State · 12-03-2025 · zaaknummer 202305601/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een parkeerautomaat afgewezen. [appellant] heeft het college op 29 januari 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen een in het Willem Dreespark in Den Haag geplaatste parkeerautomaat. Het college heeft dit verzoek afgewezen. Volgens het college is er op grond van artikel 2:10, tweede lid, onder g, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag geen vergunning nodig voor het plaatsen van een klein voorwerp met een publieke functie. Volgens het college volgt uit het Aanwijzingsbesluit kleine voorwerpen met een publieke functie dat een parkeerautomaat onder de reikwijdte van dit begrip valt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het verzoek om handhaving op goede gronden heeft afgewezen. Het college mocht er volgens de rechtbank verder van afzien om [appellant] te horen in de bezwaarfase, omdat er redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk was dat de aangevoerde bezwaren niet zouden kunnen leiden tot een ander besluit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
