ECLI:NL:RVS:2024:934
Raad van State · 06-03-2024 · zaaknummer 202105264/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juni 2016 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. Bij besluit van 5 oktober 2016 heeft de minister van Buitenlandse Zaken het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Met het besluit van 12 november 2020 heeft de minister dat besluit vervangen en het bezwaar wederom ongegrond verklaard. [appellante] is geboren op [datum] 1955 in [geboorteplaats], Zuid-Afrika. Zij heeft bij haar geboorte zowel de Nederlandse als de Zuid-Afrikaanse nationaliteit verkregen. In de periode van [datum] 1985 tot en met [datum] 1995 heeft zij onafgebroken woonplaats gehad in Zuid-Afrika. [appellante] heeft nooit een Nederlands paspoort gehad en heeft volgens de minister op [datum] 1995 het Nederlanderschap van rechtswege verloren op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals die bepaling luidde tot 1 april 2003.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
