ECLI:NL:RVS:2024:734
Raad van State · 21-02-2024 · zaaknummer 202106753/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede besloten tot invordering over te gaan van een volgens het college door [appellant] verbeurde dwangsom van € 30.000,00. Op 5 februari 2018 heeft het college op het perceel een controle uitgevoerd. Daarbij is geconstateerd dat er in de scheidingswanden tussen de drie woonruimtes aan de straatkant en de drie woonruimtes aan de achterzijde een doorbraak is gemaakt en een deur is geplaatst. Deze kan niet op slot. De keukenblokken in de keukens van de drie achterste woonruimtes waren gedemonteerd en verplaatst naar een andere ruimte. De af- en toevoeren voor water, gas en elektra, betegeling en bovenkasten waren nog wel in de ruimte waar de keukenblokken hadden gezeten aanwezig. [appellant] wordt in de last onder dwangsom opgedragen om uiterlijk 31 januari 2018 deze overtreding op het perceel [locatie] te Enschede ongedaan te maken. Dat kan door de zes zelfstandige wooneenheden terug te brengen naar drie zelfstandige wooneenheden met per woning één voordeur aan de straatkant en met maximaal één keuken en één bad- of doucheruimte per woning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
