ECLI:NL:RVS:2024:68
Raad van State · 12-01-2024 · zaaknummer 202305624/2/R2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 maart 2014 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek om handhaving van MOB ingewilligd door de aan [belanghebbende] verleende natuurbeschermingsvergunning voor uitbreiding van het bedrijf met een nieuwe vleesvarkensstal in te trekken. Deze procedure draait om een verzoek om handhaving van MOB aan het college uit 2014 om op te treden tegen een vleesvarkensstal van veehouderij [naam belanghebbende]. MOB verwijt het college niet actief te handhaven en niet de stal te sluiten. Het college wil dat op dit moment niet, omdat [belanghebbende] een PAS-melder is. Hij zou op korte termijn in aanmerking komen voor legalisatie waardoor handhaven op dit moment onevenredig is. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college in het besluit van 4 april 2023 nog steeds niet goed heeft gemotiveerd waarom handhaving onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen natuurdoelen. Hiertegen heeft het college hoger beroep ingesteld. Het college vraagt nu de voorzieningenrechter te bepalen dat het geen nieuw besluit op het bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling op dit hoger beroep heeft beslist.
Rechters
Advocaten
- A. Vermeulen
- B.H.A. Mariën
- E.W. van der Welle
- R.D. Reinders
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
