ECLI:NL:RVS:2024:636
Raad van State · 14-02-2024 · zaaknummer 202302928/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [wederpartij] om een urgentieverklaring afgewezen. [wederpartij] heeft eerder op 21 augustus 2019 een aanvraag gedaan om een urgentieverklaring op medische gronden. [wederpartij] heeft een licht verstandelijke beperking en is gediagnostiseerd met een posttraumatische stressstoornis en de ziekte van Crohn. Zij staat onder behandeling bij Perspectief, Ambulante hulpverlening GZ, en de polikliniek inflammatoire darmziekten van het Amsterdam UMC. Het college heeft de GGD om advies gevraagd over de aanvraag. Bij besluit van 10 december 2019 heeft het college de urgentieverklaring verleend. Daarbij heeft het college het GGD-advies van 4 december 2019 betrokken. [wederpartij] woonde toen in een kleinschalige zorginstelling, waar zij hulp en begeleiding kreeg bij het wonen. Het lukte [wederpartij] niet om met de verleende urgentieverklaring zelfstandig te reageren op passende woningen. Een medewerker van de gemeente heeft daarom voor haar op twee woningen gereageerd, waaronder de benedenwoning aan de [locatie] in Amsterdam.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
