ECLI:NL:RVS:2024:5271
Raad van State · 18-12-2024 · zaaknummer 202307150/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 januari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor de door [appellante] verleende rechtsbijstand voor de toevoeging met [kenmerk] vastgesteld op € 661,86. In 2016 heeft [appellante] rechtsbijstand verleend in een hoger beroepsprocedure. Het hoger beroep was ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek om toekenning van een dwangsom in verband met het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van een rechtzoekende. [appellante] heeft deze rechtsbijstand gedeclareerd bij de raad onder de op de toevoeging vermelde zaakcode B010, wat een algemene code is voor bestuursrechtelijke rechtsproblemen. De raad heeft bij het besluit van 21 januari 2022 een vergoeding toegekend op basis van vijf punten, waarbij de raad de zaakcode V043 heeft gehanteerd. De puntentoekenning, en daarmee de hoogte van het te ontvangen bedrag, is op basis van deze code lager dan op basis van code B010. De raad heeft ter motivering van de gehanteerde zaakcode verwezen naar de ‘Werkinstructie Wet dwangsom’ waarin is vermeld dat een toevoeging die betrekking heeft op de Wet dwangsom altijd wordt verstrekt met de zaakcode van de hoofdzaak die eronder ligt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
