ECLI:NL:RVS:2024:5092
Raad van State · 11-12-2024 · zaaknummer 202302610/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming, op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 51b, tweede lid, van de Wjsg, beslist op een verzoek om inzage van [appellant A]. Er loopt een strafprocedure tegen [appellant A]. In die procedure is onder meer een rapportage over zijn persoonlijkheid opgemaakt. [appellant A] wil die rapportage en een aantal bijbehorende stukken inzien. Volgens hem bevatten de stukken niet de juiste informatie. In hoger beroep gaat het voornamelijk nog om het zogenoemde feedbackformulier. In geschil is of het feedbackformulier persoonsgegevens bevat. Volgens de rechtbank is dat niet het geval. [appellant A] is het daar niet mee eens. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het besluit van 31 augustus 2022 vernietigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het feedbackformulier geen persoonsgegevens bevat. De minister hoefde [appellant A] daarom geen inzage in dit formulier te geven. Gelet hierop heeft de rechtbank bepaald dat de rechtsgevolgen wat betreft het feedbackformulier in stand blijven.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
