ECLI:NL:RVS:2024:4994
Raad van State · 04-12-2024 · zaaknummer 202400474/1/A2
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2023, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 ongegrond is verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan daartegen geen hoger beroep worden ingesteld. Voor kennisneming van een hoger beroep in weerwil van deze bepaling kan grond bestaan, in geval van zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest. [appellant] betoogt dat zo'n situatie in dit geval aan de orde is. Volgens hem bestaat aanleiding om het appelverbod te doorbreken wegens schending van het motiveringsbeginsel, van het decisiebeginsel, van het verdedigingsbeginsel en van het beginsel van onpartijdige rechtspraak.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
