ECLI:NL:RVS:2024:4993
Raad van State · 04-12-2024 · zaaknummer 202400476/1/A2
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2023, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 ongegrond is verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding is afgewezen. Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de ondeugdelijke kelderconstructie in het pand op het adres [locatie] in Utrecht toegewezen. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft niet tijdig beslist op het bezwaar. [appellant] heeft het college in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het college heeft bij besluit van 9 augustus 2022 het bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 juni 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
