ECLI:NL:RVS:2024:4907
Raad van State · 29-11-2024 · zaaknummer 202304274/2/R2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van de milieuvereniging om handhavend op te treden tegen [partij] afgewezen. In deze procedure gaat het om een verzoek om handhavend op te treden tegen [partij], omdat hij volgens de milieuvereniging de vergunningplicht in de Wet natuurbescherming overtreedt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college ten onrechte geen overtreding heeft geconstateerd, omdat voor de herstart van de veehouderij een natuurvergunning is vereist, waarover [partij] niet beschikt. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat [partij] de aan haar rechtsvoorganger verleende oude Hinderwetvergunning niet kan gebruiken als referentiesituatie. De rechtbank heeft daarom het besluit 19 juli 2022 vernietigd en het college opgedragen om binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen met in achtneming van haar uitspraak. Het college is het niet eens met het oordeel van de rechtbank en heeft daarom hoger beroep ingesteld. Het college heeft de voorzieningenrechter gevraagd om de voorlopige voorziening te treffen dat het geen nieuw besluit hoeft te nemen, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Rechters
Advocaten
- A. Speekenbrink
- E.C.S.F. Frenken
- R.H.U. Keizer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
