ECLI:NL:RVS:2024:4884
Raad van State · 27-11-2024 · zaaknummer 202305016/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen het aan [appellant] toegekende voorschot kindgebonden budget voor het jaar 2021 herzien en vastgesteld op € 2.346,00 en € 1.563,00 aan teveel betaald voorschot teruggevorderd. Bij besluit van 28 december 2020 heeft de Dienst Toeslagen het voorschot kindgebonden budget van [appellant] voor het jaar 2021 op € 4.693,00 berekend. Op 3 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen een melding van de Sociale Verzekeringsbank ontvangen, waaruit blijkt dat [appellant], met ingang van 13 juni 2021, geen kinderbijslag meer ontvangt. Naar aanleiding hiervan heeft de Dienst Toeslagen bij het in het Procesverloop van deze uitspraak vermelde besluit van 21 oktober 2021 bepaald dat het voorschot kindgebonden budget van € 391,00 per maand aan [appellant] alleen wordt toegekend voor de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2021. De rechtbank heeft overwogen dat de Dienst Toeslagen is gehouden om zich bij het vaststellen van het recht op kindgebonden budget te baseren op de gegevens van de SVB.
Rechters
Advocaten
- S. Varma
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
