ECLI:NL:RVS:2024:4716
Raad van State · 20-11-2024 · zaaknummer 202301906/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij brief van 21 januari 2022 heeft de deken het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] heeft de deken op 14 december 2021 verzocht op grond van artikel 60ab van de Advocatenwet (Aw) handhavend op te treden tegen [rechtsbijstandverlener]. De deken heeft dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard en dit besluit in bezwaar gehandhaafd. [appellante] betoogt dat zij op grond van artikel 60ab van de Aw en de Verordening op de advocatuur (Voda) de deken heeft verzocht om onmiddellijk handhavend op te treden tegen [rechtsbijstandverlener] vanwege de slechte kwaliteit van zijn beroepsuitoefening. Volgens [appellante] is het besluit van de deken om niet tot handhaving over te gaan een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De rechtbank heeft nagelaten op grond van artikel 8:69, tweede lid, van de Awb ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen. Volgens [appellante] is de deken vooringenomen en is de bestuursrechtelijke procedure het enige daadwerkelijke rechtsmiddel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
