ECLI:NL:RVS:2024:4569
Raad van State · 30-10-2024 · zaaknummer 202304453/1/A3
Inhoudsindicatie
Deze procedure gaat alleen over het briefadres dat het college op verzoek van [appellant] aan hem heeft toegekend, nadat een eerdere aanvraag buiten behandeling was gesteld. De kern van het geschil is of het college het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het procesbelang van [appellant] zou ontbreken, nu hij in het besluit van 18 januari 2021 heeft gekregen wat hij heeft verzocht. [appellant] betoogt dat hij belang had bij het bezwaar omdat de datum waarop hem een briefadres is toegekend bepalend is voor de ingangsdatum voor zijn bijstandsuitkering. Hij wil dat de toekenning van het briefadres gebeurt met terugwerkende kracht, niet vanaf 30 november 2020, het moment van zijn tweede aanvraag, maar vanaf 14 oktober 2020, het moment van zijn eerste aanvraag.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
