ECLI:NL:RVS:2024:4474
Raad van State · 23-10-2024 · zaaknummer 202307216/1/A2
Inhoudsindicatie
[appellante] komt op tegen de vaststelling en terugvordering van de huurtoeslag over 2018. De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellante] voor dat jaar op nihil gesteld, omdat zij blijkens de basisregistratie inkomen (hierna: de BRI) voordeel had genoten uit sparen en beleggen. Dat voordeel was deels afkomstig van de voormalige echtelijke woning van [appellante], waarvan zij op 1 januari 2018 nog mede-eigenaar was. [appellante] betoogt dat zij feitelijk niet over dit vermogen beschikte, omdat ze feitelijk al was uitgekocht door haar ex-partner.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
