ECLI:NL:RVS:2024:4385
Raad van State · 30-10-2024 · zaaknummer 202206571/1/A3
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet op tijd nemen van een besluit door de korpschef van de politie. [appellant] heeft op 2 januari 2022 een verzoek om inzage van zijn verwerkte persoonsgegevens ingediend. Op 16 februari 2022 heeft [appellant] de korpschef in gebreke gesteld. Vervolgens heeft [appellant] op 9 maart 2022 een beroep wegens het niet op tijd nemen van een besluit ingediend bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 7 juli 2022 geoordeeld dat het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk is omdat hij het griffierecht niet heeft betaald. Volgens de rechtbank is het inkomen van [appellant] niet laag genoeg om vrijstelling te krijgen voor het betalen van het griffierecht. Ook is volgens de rechtbank geen sprake van schending van artikel 6 en 13 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] verzet gedaan. De rechtbank heeft het verzet van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is de regeling over de vrijstelling griffierecht tot stand gekomen om recht te doen aan het belang dat in een rechtsstaat toekomt aan de toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
