ECLI:NL:RVS:2024:4379
Raad van State · 30-10-2024 · zaaknummer 202303240/1/A3
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van een aangifte en heeft verzocht om een dwangsomvergoeding. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 mei 2023. Hij betoogt dat de rechtbank heeft gehandeld in strijd met artikel 6, 7, en 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en dat hij wordt gediscrimineerd. Hij stelt ook dat hij geen toegang meer heeft tot overheidsinstanties zoals het Openbaar Ministerie en dat hij structureel wordt tegengehouden om zijn recht op toegang tot de rechter uit te oefenen. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van een aangifte door de politie. De rechtbank heeft bij uitspraak van 23 september 2022 overwogen dat uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat tegen besluiten die de opsporing en vervolging van strafbare feiten betreffen, geen besluiten zijn waartegen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingediend. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard. De rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde verzet tegen deze uitspraak bij uitspraak van 4 mei 2023 ongegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
