ECLI:NL:RVS:2024:4272
Raad van State · 23-10-2024 · zaaknummer 202203270/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 juli 2015 heeft de minister van Financiën een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van documenten op grond van de Wob. De minister heeft dat verzoek gedeeltelijk afgewezen. [appellant] heeft daartegen pro forma bezwaar gemaakt. De minister heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] ondanks de gegeven hersteltermijn, geen gronden heeft ingediend. De minister heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij niet in gebreke was voor het niet tijdig nemen van het besluit. De rechtbank heeft geconstateerd dat de brief waarmee [appellant] beroep heeft ingesteld, in beginsel te laat is ingediend. [appellant] heeft evenwel betoogd dat hij met een brief van 28 februari 2016 aan de minister reeds beroep heeft ingesteld. De rechtbank is van oordeel geen sprake is van een tijdig beroep op grond van die brief, omdat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
